Logo Universiteit Utrecht

Universitair Dierenziekenhuis

Kennisbank

Gedragsproblemen bij gezelschapsdieren

Gedragsproblemen bij huisdieren zijn gedragsuitingen die door de eigenaar als onwenselijk worden ervaren. Het team van de Gedragskliniek kan verschillende gedragsproblemen behandelen bij honden, katten en papegaaien. De belangrijkste aandoeningen die wij behandelen zijn:

  • onnatuurlijke angst of agressie in bepaalde situaties
  • depressie-achtige verschijnselen
  • binnenshuis urineren
  • hyperactiviteit
  • problemen die met dementie te maken hebben
  • verenpikken of overmatig seksueel gedrag (bij papegaaien)

Lees meer over de Gedragskliniek.

Oorzaken

Gedragsproblemen kunnen veel verschillende oorzaken hebben. In het verleden is er een moment geweest waarop de problemen zijn begonnen. Dit kan plotseling zijn geweest door een vervelende gebeurtenis. Het komt ook voor dat er iets gebeurd is tijdens de eerste levensjaren van het dier of tijdens de socialisatieperiode (de periode waarin het dier moet gaan wennen aan de omgeving, aan mensen en aan andere dieren).
Lichamelijke problemen, zoals pijn of een voedselovergevoeligheid, kunnen soms ook voor gedragsproblemen zorgen. We spreken ook van gedragsproblemen wanneer het dier natuurlijk gedrag laat zien op ongewenste momenten of locaties.

Tijdens het gedragsconsult wordt uw dier zowel lichamelijk als gedragsmatig onderzocht. Bij het gedragsmatig onderzoek proberen we om de niet-lichamelijke oorzaken van het probleemgedrag te achterhalen. Dat doen we door middel van een vraaggesprek, gedragstestjes, observatie van uw dier en het bekijken van eventuele video-opnamen of foto’s van de thuissituatie.

Aan de hand van deze bevindingen stellen we samen met u een behandelplan op. Allereerst worden eventuele lichamelijk problemen opgelost. Bij het verdwijnen van deze ongemakken blijken de gedragsproblemen ook vaak in ernst af te nemen. Om ook de resterende gedragsproblemen te verminderen krijgt u van ons adviezen hoe u deze het beste kunt aanpakken. In een klein deel van de gevallen zal deze aanpak ondersteund worden met medicijnen om eventueel aanwezige angsten bij uw dier te verminderen, waardoor uw dier in staat is om de gewenste gedragingen aan te leren. In veel gevallen is medicatie echter niet nodig en kan er een gedragsverandering optreden door de communicatie met uw dier aan te passen.

In de periode na het consult biedt de Gedragskliniek nazorg via een verkort consult op de kliniek of telefonisch contact. Ook is het mogelijk dat uw eigen dierenarts of gedragstherapeut nazorg biedt. Bij gecompliceerde of langdurige gedragsproblemen adviseren wij u om terug te komen voor een herhalingsconsult.

Ons huisdier en zijn behoeftes

Door veranderende omstandigheden in onze maatschappij zijn de eisen die wij stellen aan het gedrag van onze huisdieren anders dan vroeger. Zo worden dieren tegenwoordig vaak voor andere doeleinden gebruikt dan waarvoor ze aanvankelijk waren gefokt. Huishonden bijvoorbeeld waren ooit oorspronkelijk gefokt voor het bewaken van het huis en erf of werden gebruikt voor de jacht.

Ook worden onze huisdieren op een heel andere manier gehuisvest dan vroeger. Soms is dat aanzienlijk beter dan vroeger, maar ook nu moeten we goed nadenken over de speciale gedragsbehoeften van onze huisdieren.
Honden, katten en papegaaien zijn sociale dieren. Ze houden dus van gezelschap, maar hoe vaak zit een papegaai nog altijd alleen in een kooi?
Jachthonden, en ook vele andere hondenrassen, hebben bijvoorbeeld veel beweging nodig. De keuze voor een hond die veel beweging nodig heeft, betekent ook dat de eigenaar daarin veel tijd moet investeren om aan die bewegingsbehoefte te voldoen.

Voorbeeld 1: hond Anouk
Anouk werd als jonge hond bij de gedragspoli aangeboden. Ondanks haar leeftijd liep zij al vrij volhardend cirkeltjes buitens- en binnenshuis. Soms sprong ze daarbij tegen de muur en beschadigingen waren niet ondenkbaar.
Na een gesprek met de eigenaar bleek uiteindelijk dat Anouk een zeer leergierig hondje was dat graag wilde werken, maar dat de druk van de zware trainingen die de baas met haar deed, te groot was.
Met de baas werd afgesproken dat de bezigheden met de hond vooral het doel moesten dienen om samen met Anouk leuke dingen te doen.
Geadviseerd werd om bij stresssignalen de training te stoppen en met Anouk te gaan spelen. De cirkelbewegingen moesten worden genegeerd.
Vanwege de ernst van het probleem moest ondersteunende medicatie worden ingezet. Na een jaar bleek dat de behandeling succesvol was en kon de medicatie afgebouwd worden.

Voorbeeld 2: kater Tom
De 2 jaar oude kater Tom leeft samen met een 8 jaar oude poes. Volgens de eigenaresse vechten de twee regelmatig samen: ze ziet het gebeuren en de plukken haar vliegen in het rond, zo heftig gaat het.
De kater is gecastreerd en de poes gesteriliseerd. Gezondheidsklachten zijn er niet. De dierenarts wist verder geen weg met dit ongewenste gedrag en vandaar dat hij doorstuurde naar de Gedragskliniek voor Dieren in Utrecht.
Wat de eigenaresse opgevallen was, is dat het gedrag zich steeds vaker lijkt af te spelen.
Uit het gesprek blijkt, dat het de kater is die begint. Hij loopt naar de poes, bestijgt haar en probeert haar te berijden. Daarop draait de poes zich om en begint te vechten. De eigenaresse beschrijft dat de poes daarbij krijst en slaat en bijt, en dat de kater dan terugvecht. Erg hard gaat het echter niet, want verwondingen zijn door eigenaresse niet geconstateerd. Maar deze gebeurtenissen spelen zich wel bijna dagelijks, soms meerdere malen per dag, af. Mevrouw vindt het vooral vervelend voor de poes, die zo vaak door de kater wordt lastig gevallen op de hierboven beschreven wijze. Overigens kunnen de beide katten ook aardig tegen elkaar zijn: ze slapen vaak tegen elkaar aan en spelen ook wel eens. Vaker nog likt de één de ander. Dit zijn allemaal indicaties voor een goede band tussen beide katten.
Op de vraag hoe mevrouw reageert als de kater weer naar de poes gaat, zegt ze dat ze de kater verbaal straft (’foei, niet doen!’) en dat hij daar vaak goed op reageert: vrijwel altijd stopt hij. Desalniettemin gaat hij na een zekere tijd opnieuw achter de poes aan.
Beide katten zijn naar de eigenaresse toe erg aardig, vooral de kater heeft een sterke band met haar. De katten slapen vaak op bed. Ze leven in een bovenhuis en kunnen niet naar buiten. Mevrouw werkt overdag en dan zijn de katten samen. Op de vraag of eigenaresse wist of de kater ook met de poes vocht in afwezigheid van mevrouw, kon ze eerst geen antwoord geven. Maar op een volgende vraag, of ze wel eens plukken haar aantrof in huis na van huis weggeweest te zijn, was het antwoord duidelijk: nee. Dat betekent dus, dat de katten alleen vochten als mevrouw thuis was en dat betekent op zijn beurt weer dat mevrouw daar waarschijnlijk een rol bij speelt. Op de vraag naar wie de kater kijkt als hij achter de poes aan loopt en erop springt zei ze, enigszins verbaasd: ‘Naar mij’. Met andere woorden, dit gedrag is voor de kater een manier geworden om aandacht van de eigenaresse te krijgen. Het gaat dus om aandacht vragend gedrag en de door de eigenaresse gegeven straf wordt kennelijk als belonend ervaren. Zo was ook het toenemende aantal incidenten verklaard.
Het advies dat aan mevrouw gegeven werd was dan ook, dat ze juist zich moest afdraaien en de kamer uitlopen, zodra de kater zich op de bekende wijze naar de poes begeeft. Ten tweede dat ze nooit meer iets tegen de kater moet zeggen en ook niet naar hem moet kijken als hij de poes bestijgt. Tegen de eigenaresse is gezegd dat het probleem zich eerst kan versterken: immers de kater ervaart geen beloning meer voor zijn werk en zal dus wat harder gaan werken alvorens hij ervaart dat het bestijgen echt niets meer oplevert. Na ruim drie weken was er weer contact met de eigenaresse en ze meldde dat het gedrag praktisch was opgehouden.

Voorbeeld 3: papegaai Pluizenbol
Pluizenbol was een vrouwelijke grijze roodstaart van ongeveer 10 jaar oud die van een andere eigenaar was overgenomen. Op het moment van aanschaf plukte Pluizenbol zichzelf al kaal. De nieuwe eigenaresse was erg gemotiveerd om het plukgedrag te verminderen en had zelf al diverse pogingen ondernomen om het verenplukken te verminderen, maar zonder duidelijk zichtbaar resultaat.
Na een gesprek met de eigenaresse bleek dat de huisvesting, voeding, verzorging en (sociale) omgeving van Pluizenbol in de huidige situatie prima in orde waren. Daarnaast werden tijdens het lichamelijk onderzoek en uitgebreider onderzoek van de huid en veren, eveneens geen aanwijzingen gevonden dat er een medische oorzaak was voor het verenplukken. Op basis hiervan kon geconcludeerd worden dat een psychisch probleem debet was aan het verenplukken. Een eenduidige achterliggende oorzaak kon, door het ontbreken van informatie uit haar verleden, helaas niet gevonden worden.
Met de eigenaresse werd afgesproken dat het goed was om Pluizenbol andere activiteiten te laten ontplooien, die haar enerzijds bezig zouden houden, maar tegelijkertijd haar intelligentie zouden stimuleren en belonen. Het gebruik van voedselpuzzels, die ook helpen om natuurlijk gedrag na te bootsen, zijn hiervoor heel geschikt. Drie maanden na het starten van deze verrijkingstherapie bleek Pluizenbol duidelijke verbetering te vertonen: nieuwe dekveren waren sinds enige tijd zichtbaar op haar borst en Pluizenbol had nog geen poging ondernomen deze uit te trekken!

Waarom de Gedragskliniek voor Dieren?

Gedragsproblemen zijn voor eigenaren de voornaamste reden om hun huisdier weg te doen. Natuurlijk zijn gedragsproblemen erg vervelend, maar er is meestal wel iets aan te doen. U bent daarvoor bij de Gedragskliniek aan het juiste adres.

Bij de behandeling van gedragsproblemen door de Gedragskliniek voor Dieren wordt de deskundigheid van dierenartsen, gedragsbiologen en een psycholoog gecombineerd. Door de krachten te bundelen kan het probleemgedrag worden belicht uit zowel de kant van het dier, de eigenaar als vanuit diergeneeskundig oogpunt, waardoor er een passende behandeling kan worden ingesteld.

Onderzoek

Door de faculteit Diergeneeskunde en de medewerkers van de Gedragskliniek voor Dieren wordt veel onderzoek gedaan naar gedrag en gedragsproblemen van dieren. Zo wordt er onder andere onderzoek gedaan naar verenplukken bij papegaaien en de behandeling en preventie hiervan, maar ook naar bijvoorbeeld verlatingsangst bij honden. Nieuwe ontwikkelingen kunnen we op die manier direct toepassen bij de behandeling van gedrag-gerelateerde problemen

Graag wijzen wij u op het Diergeneeskundig Memorandum nummer 2, 2019, een praktische handleiding en een naslagwerk over gedragsproblemen bij de hond met handige tips over de aanpak van de gedragsanamnese, gedragsdiagnostiek en oplossingsrichtingen. Geïnteresseerd? Zie dan de website van het Diergeneeskundig Memorandum voor bestelinformatie.

Meer lezen?

Meer gedetailleerde informatie vindt u in onze infobrief voor dierenartsen en de bijbehorende literatuurlijsten: