Acute benauwdheid en sterfte bij paarden door nog onbekende oorzaak.

De laatste jaren wordt er in Nederland en in het buitenland op verschillende bedrijven zogenaamde “groepsgewijze keelverlamming” gezien. De symptomen worden meestal bij in een groep gehouden jonge paarden (opfok) waargenomen, bij zowel hengsten als merries, maar ook bij oudere paarden. Het ziektebeeld wordt gekenmerkt door acute aanvallen van ernstige benauwdheid, snurken, schuim al dan niet met bloedbijmenging uit de neus en/of mond met name bij inspanning. Onmiddellijke toediening van 0,06 mg/kg dexamethason i.v. lijkt in sommige gevallen (tijdelijk) te helpen. Een aantal van de dieren sterft acuut.

Bij scopie van de keel worden in de groep verschillende gradaties van één- of beiderzijdse verlamming van de stembanden gezien tot een complete keelverlamming. Stembandafwijkingen komen ook voor bij dieren die geen acute symptomen vertonen. De incidentie van cornage is behoorlijk verhoogd in een dergelijke groep. In sommige gevallen wordt een (lichte) mate van ataxie gezien samen met de benauwdheid, maar ook bij paarden die geen benauwdheid hebben vertoond.

Er is vanuit de GD Deventer en de faculteit Diergeneeskunde een werkgroep opgericht die dit ziektebeeld onderzoekt met als doel de oorzaak te identificeren, zodat er daarna een advies opgesteld kan worden m.b.t. management, behandeling en preventie van de aandoening. Daarvoor is nu allereerst bekendheid van de problematiek en verder onderzoek noodzakelijk. De werkgroep heeft daarvoor o.a. een gedetailleerde vragenlijst en een uitgebreid sectieprotocol opgesteld. In september zal er een artikel worden gepubliceerd in Dier en Arts met meer achtergrondinformatie en beschrijving van enkele recente casussen in en buiten Nederland. Richting de paardenhouders zullen er binnenkort berichten volgen om meer bekendheid te geven aan het probleem, omdat het nog niet altijd wordt onderkend.

Neem bij verdenking of wanneer u meer informatie heeft (ook uit het verleden) a.u.b. contact op met dr. Kees van Maanen (c.v.maanen@gddiergezondheid.nl) of met prof.dr. Marianne Sloet (m.sloet@uu.nl). De werkgroep verwerkt gegevens natuurlijk anoniem.