Epilepsie bij huisdieren

“Een elektrische storm in de hersenen,” zo noemt Paul Mandigers, dierenarts-specialist Neurologie bij de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren, epilepsie. Deze storm zorgt ervoor dat de hersenen (tijdelijk) niet goed functioneren. Er ontstaat als het ware kortsluiting, met als gevolg ongecontroleerd en vreemd gedrag. Dit geldt voor honden, maar is het voor katten anders? Op 12 februari is het Wereld Epilepsie Dag, reden om extra stil te staan bij deze aandoening die ook bij huisdieren kan voorkomen.

Vormen van epilepsie

Paul Mandigers: “Eén van de eerste verschillen tussen hond en kat is de regelmaat waarbij epilepsie wordt vastgesteld. Bij honden is dit 1% en bij katten 0,1%. Daarnaast is de oorzaak bij de hond vaak anders dan bij de kat. Bij honden kan er sprake zijn van een erfelijke factor, in tegenstelling tot de lichamelijke oorzaak die vaak bij katten een rol speelt. Hierbij kun je denken aan ziekte of trauma (verwondingen). In de manier waarop epilepsie zich manifesteert, zitten vooral overeenkomsten.

Kort gezegd zijn er twee vormen van epilepsie: gegeneraliseerde epilepsie en focale epilepsie. Bij de eerste vorm verspreidt de elektrische storm zich over het gehele hersengebied. Een dier valt op zijn zij, verstijft, verkrampt en raakt bewusteloos. Soms laat een hond of kat urine en/of ontlasting lopen, omdat er geen controle meer is over de spieren. Focaal betekent letterlijk gedeeltelijk. Dieren met focale epilepsie vertonen verschijnselen aan een deel van het lijf, bijvoorbeeld trekken met een poot of kwijlen. Focale epilepsie gaat soms over in gegeneraliseerde epilepsie. Deze verschijnselen zijn bij honden en katten in principe gelijk.”MRI van hondje met epilepsie en hersentumor

Een MRI van een hond met epilepsie en een hersentumor

Behandeling

Huisdieren worden, net als mensen, indien nodig behandeld met medicatie om epileptische aanvallen te onderdrukken. Ze kunnen immers gevaarlijk zijn; er ontstaat (toenemende) schade in de hersenen, er kunnen gedragsveranderingen en neurologische uitval optreden. Bovendien kunnen dieren zich ook verwonden als ze tijdens een aanval ergens tegenaan stoten of vallen. Soms sterven dieren zelfs. Behandeling is noodzakelijk, zeker als de aanvallen vaak terugkomen.  Mandigers: “Het belangrijkste, voor welke epilepsiepatiënt dan ook, is eenvoudigweg rust, reinheid en regelmaat. Zo min mogelijk verstoringen van de dagelijkse routine die stress kunnen veroorzaken. Daarnaast hebben we bij de Universiteitskliniek  veel verschillende soorten anti-epileptica beschikbaar, om het medicijn wat het beste werkt voor je dier voor te schrijven. Het punt daarbij is dat middelen voor honden niet altijd geschikt zijn voor katten, of bij katten minder optimaal werken. Binnen de diergeneeskunde  is iets minder ervaring met katten met epilepsie, dus in die zin heeft de behandeling van katten een achterstand op die van honden.”

Kat in het gezin

Dat er minder ervaring is met katten dan met honden lijkt logisch, omdat het bij katten eenvoudigweg minder voorkomt. Maar is het wel zo logisch? Mandigers: “Uiteraard is dit een verklaring, maar ik denk dat er ook iets anders aan de hand is. In een gemiddeld gezin is een hond veel meer onderdeel van het huishouden, een extra kind als het ware, waardoor verschijnselen vaker worden opgemerkt. De hond is meestal wel onder de aandacht van het gezin of zijn baasje, ook als hij buiten is. Katten gaan door het luikje naar buiten en worden soms de hele dag niet meer gezien. Je weet dan niet of hij of zij een aanval heeft gehad. En als je wat speeksel ziet, of trekken met een pootje, zal epilepsie niet het eerste zijn waar je aan denkt. Bij katten zien we nu eenmaal de focale aanvallen vaker dan de gegeneraliseerde aanvallen. Die laatste soort is herkenbaar, maar de eerste kun je zomaar missen doordat je hem niet herkent. Misschien komt het dus toch vaker voor dan we nu denken. Katten zijn bovendien, gemiddeld meer dan honden, meester in het verbergen van problemen. Dat maakt het niet gemakkelijker. Alertheid bij katteneigenaren is dus misschien nog wel belangrijker om te benadrukken dan bij honden, gewoon omdat het meestal minder snel wordt opgemerkt.”

Neurologisch onderzoek

Genetisch onderzoek

Mandigers en zijn collega’s richten zich niet alleen op het behandelen van epilepsie, maar proberen ook de oorzaken op te sporen en de aandoening zo mogelijk uit te bannen. Het was hun al opgevallen dat de aandoening bij sommige rassen beduidend vaker voorkwam dan bij andere. “Zoals bij boerboels. Deze honden vertoonden tekenen van enorme angst tijdens een aanval. Op zoek naar de erfelijke oorzaak stuitten we toen op de genetische oorzaak voor die angstaanvallen. Daarop konden we een test ontwikkelen waarmee je kunt zien of die specifieke erfelijke afwijking bij jouw hond voorkomt. En als je weet dat een hond drager is, en je zorgt dat die hond niet kruist met zieke dieren of andere dragers, is de aandoening vroeg of laat verleden tijd. Het lijkt erop dat dat bij Nederlandse boerboels nu inderdaad het geval is!”

Opletten

Mandigers: “Ik zou eigenaren van zowel honden als katten willen aanraden om, zodra ze verschijnselen zien zoals de genoemde, zo snel mogelijk een dierenarts te raadplegen. Laat de dierenarts ze vervolgens doorverwijzen naar de Universiteitskliniek. Hier staat een team van specialisten klaar om met  je  hond of kat aan de slag te gaan. Om een goed beeld te krijgen, vragen we eigenaren altijd om een filmpje te maken van hun huisdier. Zo kunnen wij ‘meekijken’. Als de hond of kat hier op tafel staat, zien we immers lang niet altijd iets afwijkends. Op basis van de filmpjes bekijken we of het raadzaam is om actie te ondernemen. Wij nemen de kat of hond aan de hand mee en zoeken uit welke medicatie of andere verzorging het meest geschikt is. Afgezien van het feit dat, zeker een gegeneraliseerde, epileptische aanval er heel naar uitziet, kan het zoals gezegd ook gewoon heel gevaarlijk zijn. Elke hond of kat verdient het zoveel mogelijk een preventieve aanpak.”

Onze dierenartsen werken regelmatig samen met onderzoekers naar epilepsie bij mensen. Met deze samenwerking hopen we meer te weten te komen over deze aandoening bij mens én dier.

Wilt u meer weten over onze behandelmogelijkheden? Kijk dan op de pagina van de afdeling Neurologie.