Leptospirose bij de hond

Het kan soms verleidelijk zijn om, vooral bij lekker weer, een duik te nemen in recreatieplassen of meertjes. Maar er ligt een gevaar op de loer: mensen en honden kunnen door het zwemmen in oppervlaktewater een besmetting oplopen door de bacterie Leptospira.

Rattenziekte

Van de Leptospira-bacterie bestaan verschillende typen die verschillende ziekteverschijnselen kunnen veroorzaken. De overkoepelende naam voor die aandoeningen is leptospirose, soms ook rattenziekte genoemd. Een bekende vorm van leptospirose die bij mensen en honden voorkomt, is de ziekte van Weil. Ratten kunnen drager zijn van de bacterie maar worden zelf niet ziek. De bacterie kan via de rattenurine in het oppervlaktewater terechtkomen en de omgeving besmetten. Als mensen of honden in besmet water zwemmen, kunnen zij besmet raken via de mond, wondjes of slijmvliezen.  

Symptomen bij honden

In het begin van de infectie zijn de symptomen mild: algehele malaise, slechte of geen eetlust, soms braken. In een later stadium kunnen de huid, slijmvliezen en het oogwit geel worden. Bij een of meer van deze symptomen is het raadzaam de dierenarts in te schakelen.

Het Veterinair Microbiologisch Diagnostisch Centrum van de faculteit Diergeneeskunde kan op verzoek van dierenartsen urine- of bloedmonsters onderzoeken op de aanwezigheid van de bacterie of antistoffen tegen de bacterie.

Preventie

Honden kunnen gevaccineerd worden tegen leptospirose. Er zijn verschillende vaccins beschikbaar in Nederland waarvan de samenstelling kan variëren. Een vaccin biedt alleen bescherming tegen de Leptospira-typen die in het vaccin verwerkt zijn. De meeste vaccins die in Nederland gebruikt worden, bevatten 2 tot 4 Leptospira-typen; dit zijn de typen die in Europa het meest voorkomen, waaronder het type dat de ziekte van Weil veroorzaakt. 

Risico voor de mens?

Het infectiegevaar voor eigenaren van honden met de ziekte van Weil is erg klein. Wanneer een hond en de eigenaar beiden ziek zijn, dan zou men aan een gemeenschappelijke bron kunnen denken (bijvoorbeeld zwemmen in een oppervlaktewater). Toch is het wel verstandig om goede hygiëne te betrachten als een hond de ziekte van Weil heeft of daarvan verdacht wordt. Urine is dan de belangrijkste bron van bacteriën, dus daar moet voorzichtig mee omgegaan worden. De leptospira-bacterie kan niet goed tegen schoonmaakmiddelen, dus goed schoonmaken met zeep/allesreiniger is voldoende om de bacterie te doden. Als de hond door de dierenarts behandeld wordt met antibiotica, zal de uitscheiding van bacteriën via de urine binnen 1-2 dagen stoppen. Met een goede hygiëne is het infectiegevaar voor mensen praktisch nihil.

Toename aantal besmettingen

Aangezien leptospirose bij mensen een aangifteplichtige ziekte (= ieder ziektegeval moet gemeld worden bij het RIVM of de GGD) is, is er goed zicht op het voorkomen van deze ziekte bij mensen. De laatste jaren lijkt er een toename te zijn van het aantal ziektegevallen bij mensen door leptospirose. Klimaatverandering speelt hier vermoedelijk een rol: door de zachte winters overleven meer ratten en Leptospira-bacteriën. Bij honden is leptospirose niet aangifteplichtig, dus is er geen goed zicht op het aantal ziektegevallen bij honden. Bij het VMDC werd in 2014 wel een verheffing van het aantal leptospirosegevallen gezien.

One Health

Zoals uit bovenstaande blijkt kunnen mens en dier door dezelfde ziekteverwekkers besmet worden. Daarmee is de gezondheid van de mens direct verbonden met die van dieren.

Deze gedachte staat ook bekend als het ‘One Health concept’. De faculteit Diergeneeskunde speelt een vooraanstaande rol in het uitdragen van die gedachte. Mensen en dieren hebben sociaal-economische interacties door direct fysiek contact, de voedselketen en hun leefomgeving. De gezondheid van alle soorten kan worden gewaarborgd bij het verbeteren van de samenwerking tussen artsen, dierenartsen, wetenschappers, het bedrijfsleven en andere gezondheidsprofessionals, zodat effectieve oplossingen, regels en beleid kunnen worden ontwikkeld. One Health is een belangrijk thema in het strategisch thema Life Sciences van de Universiteit Utrecht.